Vorige maand werd ik gebeld door de directeur van een kleinere dienstverlener. Hij had binnen drie maanden een ISO 27001-certificaat nodig. Zijn grootste klant had deze eis op tafel gelegd. Als hij hieraan niet zou voldoen, dan was hij die grote klant en dus een belangrijk deel van zijn business kwijt. Hij vroeg of we hem hierbij kon helpen.
Ons standaardantwoord in zo’n geval is ‘ja’. Maar wel alleen als jouw organisatie voldoet aan een aantal voorwaarden. Een ISO 27001 certificaat is tenslotte geen weggeefproduct dat door iedere organisatie geclaimd kan worden. Minimaal moet informatiebeveiliging, zeker door de directeur, serieus genomen worden. En dat moet blijken uit eerder gemaakte keuzes voor risicoreductie. Want juist dan bieden de nieuw ISO-normen, die volgens de High Level Structure (HLS) zijn opgezet, de flexibiliteit om vanuit de eigen bedrijfsvoering en niet vanuit de norm te redeneren.
Een organisatie die behoefte heeft aan een snelle certificatie moet dus voldoen aan een aantal eisen. Dan is die snelle certificatie mogelijk.
De norm zegt dat voor informatiebeveiliging een risicobeheerproces toegepast moet worden, dat belanghebbenden het vertrouwen geeft dat risico’s adequaat worden beheerd. Informatiebeveiliging en ISO 27001 certificering zijn niet synoniem. Ze moeten dan ook worden gescheiden. Informatiebeveiliging is een langetermijndoelstelling die al jaren geldt en die intern en extern leidt tot werkende verbeteringen. ISO 27001 certificering is een kortetermijndoelstelling met een zeer beperkte scope. Het gaat hierbij om die dienstverlening aan klanten, waarbij de organisatie vertrouwelijke of persoonsgegeven verwerkt van die klanten. Jouw ISO 27001 certificaat is voor klanten voorwaarde om vertrouwen in je te kunnen hebben. Wanneer je bent gecertificeerd kunnen zij je namelijk aansprakelijk stellen voor jouw eigen fouten.
Behalve dat je informatiebeveiliging serieus dient te nemen, zijn voor jouw ISO-certificaat nog twee dingen nodig:
MKB-bedrijven zijn bijna per definitie in control. Doorgaans is de directie (mede-) eigenaar van het bedrijf. De directie is gewend om met risico’s om te gaan, om de continuïteit van het bedrijf en dus haar dienstverlening te borgen. De afstand tussen de directie en de werkvloer is klein. De sturing gebeurt vaak op basis van ongeschreven wetten zoals ‘klant is koning’, ‘contact is belangrijker dan contract’, ‘afspraak is afspraak’ en ‘een afspraak is goed en geldig tot we een betere afspraak maken’. Vertrouwen intern en extern is de basis voor een effectieve en efficiënte samenwerking en de directie beschouwt het monitoren van en het inspelen op inbreuken op dit vertrouwen als één van haar belangrijkste taken. Als men een tijdje in zo’n organisatie rondloopt, dan ervaart men dat die organisatie in control is. De ISO-norm eist echter aantoonbaarheid.
Voor die aantoonbaarheid zal zo nauw mogelijk aangesloten moeten worden bij de huidige praktijk, Wat nu gebeurt moet dus vertaald worden naar aantoonbaarheid. Iets anders zal niet gaan werken.
Natuurlijk moet je hier wel zorgvuldig mee omgaan. Veel klanten doen zaken met je omdat jouw dienstverlening gebaseerd is op ‘Het onmogelijke doen we direct; wonderen duren iets langer’. Dat je niet altijd in staat bent om dit te garanderen, nemen ze voor lief. Ze weten dat jouw inspanningsverplichting op basis van ‘best effort’ vaak meer waard is dan bijvoorbeeld een SLA als met een KPN van 80 kantjes.
De meest essentiële processen voor kleinere dienstverleners zijn doorgaans:
Binnen de scope de control hiervan aantoonbaar maken, is gebaseerd op twee punten:
In de praktijk is de controlfunctie bijna realtime. Er is iets aan de hand op de werkvloer en vrijwel onmiddellijk wordt (vaak in overleg met de directeur) gekeken wat er aan de hand is, worden oplossingen afgewogen en bepaald en wordt actie ondernomen, die wordt geaccepteerd door de klant of de directeur. Dit mechanisme moet natuurlijk blijven bestaan. Het is immers één van de belangrijkste USP’s voor de klant. Borging vindt daarom plaats in procedures voor incidentafhandeling en wijzigingen. Uiteraard moet die afhandeling dan wel vastgelegd worden.
Het daarnaast (half-) jaarlijks doorlopen van het geheel middels een interne audit, is goed om los te komen van de waan van de dag. Echter is dat meestal meer gericht op informatiebeveiliging als langetermijndoelstelling dan op ISO 27001.
Binnen de scope moet informatiebeveiliging op orde zijn. Kern van dit issue is dat je ervoor zorgt, dat de scope zo klein mogelijk is. Daarbij zijn de vertrouwelijke gegevens van klanten het uitgangspunt. Als je probeert alles te beveiligen, waar zich nu vertrouwelijke data bevinden, dan valt bijna alles binnen de scope. Daarom moet het worden omgedraaid. je moet vaststellen waar die vertrouwelijke data van klanten zich mogen bevinden en daar maatregelen op treffen.
Grofweg heeft je te maken met twee typen vertrouwelijke data:
De laatstgenoemde data zorgen doorgaans voor problemen, omdat er vaak geen policy is hoe hiermee om te gaan. De kern is dat voor deze groep gegevens een omgeving gecreëerd wordt, die los staat van allerlei andere omgevingen. Het moet een omgeving zijn:
Ieder willekeurig documentmanagementsysteem voldoet aan deze eisen. De kans is groot, dat je hier online (dus in een datacenter) al de beschikking over heeft binnen bijvoorbeeld Office 365 (Sharepoint), Google Drive, AFAS of Jira. Als keihard de regel geldt, dat vertrouwelijk informatie van klanten alleen daar opgeslagen mag worden en vooral niet per mail uitgewisseld mag worden, dan is het in het kader van de certificatie niet nodig om maatregelen te treffen voor werkplekken, laptops, smartphones, thuiswerkplekken enzovoort, behalve een veilige verbinding met de productieomgevingen (en die heeft je meestal al voor de toegang tot de datacenters, waar de vertrouwelijke informatie is opgeslagen). Ook de shares (mappenstructuur) kunnen dan buiten de scope gehouden worden.
Als je dat regelt, dan is aantoonbaarheid van de informatiebeveiliging binnen de scope niet moeilijk meer en kan dit snel worden gerealiseerd.
Verder moet je bij de certificeringsaudit:
Het is niet nodig om alle verbeterpunten al voor de audit gerealiseerd te hebben. Als het geen verplichte documenten uit de norm zijn, kunnen ze ook later worden geïmplementeerd.
Wanneer je al langer informatiebeveiliging serieus heeft genomen in uw dienstverlening aan klanten en kunt leunen op de maatregelen die het datacenter al getroffen heeft, kan de do-fase in doorlooptijd beperkt blijven. Voorkeur heeft een periode van 3 maanden (of meer uiteraard), maar als klanten je in uw nek hijgen kan dit ook in één maand. Vervolgens doet je een interne audit (check-fase), zoals beschreven staat in ‘Architectuur en aanpak ISO 27001’ en de resultaten hiervan legt je vast in het verbeterplan. Hierin komen ook de maatregelen te staan waarmee de geconstateerde afwijkingen uit de interne audit worden verwerkt. Als dit aangepaste verbeterplan is beoordeeld en goedgekeurd door de directie (act-fase), dan bent je klaar voor de externe audit.
Natuurlijk werkt een dergelijke aanpak alleen als je informatiebeveiliging al langer serieus neemt en alleen nog de aantoonbaarheid moet verbeteren. Als je het zonder dat toch probeert te worden gecertificeerd, dan is het risico groot, dat de auditor daarin niet meegaat. En dat is dan uiteraard terecht.