Privacy wordt voor de meeste organisaties een serieus bedrijfsrisico nu de EU verordening is goedgekeurd en in Nederland het boetebedrag wordt opgetrokken van € 4500 naar € 810.000. Dat is vooral een groot risico voor bedrijven die niet proactief omgaan met privacy van klanten, medewerkers en andere stakeholders.
Bedrijven die privacy zien als een vaststaand kwaad, zullen meestal proberen zich aan wet- en regelgeving te houden. Er zit echter een groot gat tussen de wetgeving waaraan jij je moet houden en de niet-verplichte regelgeving van het College Bescherming Persoonsgegevens (CBP), de toezichthouder in Nederland. Voor de regelgeving geldt het principe van ‘pas toe of leg uit’. Zolang je binnen de wet blijft en je in jouw beleidsuitgangspunten aangeeft hoe je omgaat met persoonsgegevens, dan kan het CBP je geen boetes geven. Moeilijk is dat doorgaans niet. De wet beschrijft namelijk in hoofdzaak administratieve verplichtingen. De wet schrijft bijvoorbeeld voor welke registraties je moet melden bij het CBP en wanneer je privacy incidenten moet melden. Over informatiebeveiliging zegt de wet alleen, dat deze passend moet zijn. Het CBP heeft via zijn ‘richtsnoeren’ een poging gedaan om het begrip passend nader te definiëren. Wanneer je echter een eigen beleid en een eigen norm heeft, die zijn afgestemd op jouw specifieke situatie en jouw risico’s, dan kan het CBP hooguit met aanbevelingen komen. Heb je geen beleid en norm, dan beoordeelt het CPB je op zijn richtsnoeren. De lat ligt dan waarschijnlijk een stuk hoger dan wat voor nodig is en je riskeert boetes. Natuurlijk moet je wel kunnen aantonen, dat jij je houdt aan jouw eigen beleid en jouw eigen norm. En daarvoor is een managementsysteem de aangewezen weg. Je zult dus actie moeten ondernemen.
Tegenwoordig bestaat een managementsysteem uit twee hoofdonderdelen:
Ieder specifiek managementsysteem kan zijn eigen specialisten hebben, maar het HLS moet bedrijfsbreed gelden.
Vanuit het niets een dedicated privacy managementsysteem opzetten is dus weinig zinvol. Het is beter om vanuit de HLS van een ander managementsysteem invulling te geven aan het privacy managementsysteem. Het meest voor de hand ligt de ISO 27001, want de bescherming van persoonsgegevens wordt in belangrijke mate afgedekt door informatiebeveiliging, maar ook ISO 9001:2015 is zeker een optie. Er wordt dan in elk geval voorkomen dat het managementsysteem opgezet wordt vanuit de invalshoek van wet- en regelgeving. De bedrijfsvoering moet centraal staan en op basis daarvan wordt bepaald hoe omgegaan wordt met privacy.
In de HLS wordt beschreven hoe je zorgt voor de aantoonbaarheid van de werking van het managementsysteem. In feite bent je daarmee klaar. Hooguit zullen de privacy officer of FG en zijn taken moeten worden toegevoegd aan de beschrijving van de organisatie. (Zie ook ‘Privacy Officer of Functionaris Gegevensbescherming – FG’.) Ook heeft je in de HLS waarschijnlijk beschreven hoe je impactanalyses uitvoert bij veranderingen, hoe je incidenten afhandelt en wat de gedragscode voor medewerkers is.
In ISO 27001 staat beschreven hoe omgegaan wordt met informatiebeveiliging. Hiermee heeft je grotendeels het antwoord op de richtsnoeren van het CBP. Van wat overblijft dekt je veel af door de beschrijving van hoe je omgaat met de uitbesteding van informatieverwerking, wat eveneens staat beschreven in ISO 27001. Waarschijnlijk moeten dan alleen de volgende aanvullingen nog worden vastgelegd:
Kortom, als je al een up-to-date ISO managementsysteem hebt, dan is het een eenvoudige klus dit uit te bereiden naar een privacy managementsysteem en reduceert je daarmee jouw risico’s aanzienlijk.
Als je nog geen ISO management systeem hebt, dan is het niet aan te bevelen om uitsluitend een privacy managementsysteem op te zetten. Vrijwel iedere organisatie in Nederland levert diensten aan klanten en verwerk daartoe ook vaak persoonsgegevens van klanten of namens klanten. Denk bijvoorbeeld enerzijds aan bedrijven met grote klantenbestanden zoals financiële instellingen, overheden, zorginstellingen, retailbedrijven, goede doelen organisaties en anderzijds aan hun partners zoals callcenters, datacenters, administratiekantoren, marketingbureaus enzovoort.
Steeds vaker eisen klanten van hun toeleveranciers, dat ze gecertificeerd zijn. Dit geldt zeker als het gaat om de verwerking van persoonsgegevens. Vaak wordt dan, al dan niet in de bewerkersovereenkomst, een ISO 27001 certificaat (eventueel ISO 9001:2015) geëist. Voor de klant heeft dit een aantal aanzienlijke voordelen. Zij regelen hiermee:
Gedacht vanuit het belang van de klant is het voor veel organisaties aantrekkelijker om ISO 27001 gecertificeerd te zijn, dan om veel effort te steken in alleen een privacy managementsysteem.
Wie de Wet bescherming persoonsgegevens en de EU privacy verordening ziet als een bedreiging voor de business en via allerlei dure ad hoc reparaties tracht te voldoen aan wet en regelgeving, zet de continuïteit van de organisatie op het spel. De kostprijs neemt steeds verder toe en de klanttevredenheid neemt af. Verder blijft door de lappendeken aan maatregelen het risico in de lucht hangen van een boete of imagoschade.
Wie proactief met deze wetgeving omgaat, kan er concurrentievoordelen uithalen door een acceptabel blijvende kostprijs en meer vertrouwen van de klant en voorkomt boetes.
Kortom, een privacy managementsysteem is voor iedere organisatie die veel persoonsgegevens verwerkt een must. Maar bouw dit niet op een eiland. Integreer het in een ander managementsysteem zoals bij voorkeur ISO 27001. Dan is slechts een kleine uitbreiding noodzakelijk en zijn de baten voor de organisatie veel hoger.