Wat is de Nationale Enquête Arbeidsomstandigheden?
Elk jaar doen zo’n 50.000 Nederlandse werknemers mee aan de Nationale Enquête Arbeidsomstandigheden (NEA) van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) en onderzoeksorganisatie TNO. Het rapport geeft een beeld van hoe het ervoor staat op de werkvloer bij Nederlandse organisaties. De uitkomsten zijn weer bekend. In deze blog delen we de highlights met je!
Leuk om te weten: hoewel de vragenlijst al lang jaarlijks wordt afgenomen, passen CBS en TNO de vragen regelmatig aan. Als je de Nationale Enquête Arbeidsomstandigheden van vorig jaar vergelijkt met die van dit jaar, zijn er wat interessante nieuwigheden.
Nieuwe onderwerpen in de enquête
- Er zijn nieuwe vragen over het werken met gevaarlijke stoffen. Er wordt gevraagd in hoeverre werknemers met gevaarlijke stoffen in contact komen en ook welke maatregelen de werkgever treft.
- De relatie tussen nachtwerk en gezondheid wordt onderzocht.
- Hybride werken is anno 2023 een belangrijk onderwerp. Dat zie je in de enquête terug in een nieuwe vraag over het zelf kunnen bepalen waar je werkt.
- Er zijn drie vragen toegevoegd over psychologische veiligheid.
- Vragen over ongewenst gedrag en discriminatie op de werkvloer zijn aangepast.
- In de nieuwe enquête krijgen vrouwen de vraag of gezondheidsklachten die samenhingen met zwangerschap, menstruatie of overgang.
- Blijvend letsel is een criterium voor de meldingsplicht van arbeidsongevallen. Daarom krijgen mensen die een arbeidsongeval hebben meegemaakt nu de vraag of zij denken over twee jaar nog steeds last te hebben van het letsel.
NEA: de uitkomsten
Fysieke arbeidsbelasting en gevaarlijke stoffen
De cijfers over fysiek belastend werk zijn ongeveer gelijk gebleven de afgelopen jaren, met hier en daar een verschil van enkele procentpunten. Van de medewerkers die in de NEA zijn ondervraagd maakte 29% veel herhalende bewegingen, 20% moest regelmatig kracht zetten en 9% zat veel te werken in een ongemakkelijke houding. 8% van de werknemers had last van trillingen of schudden door bepaald gereedschap, apparaten of voertuigen.
Dan de – gedeeltelijk nieuwe – vragen in de NEA over werken met gevaarlijke stoffen. Uit de reacties blijkt dat 6% van de werknemers altijd werkt met of dichtbij stoffen die ongezond kunnen zijn. Dat zijn met name mensen in de industrie, bouw en landbouw. Van hen komt 76% weleens direct in aanraking met deze stoffen - op de huid, of via inademing. Dit is hun prioriteitenlijstje als je vraagt welke maatregelen de werkgever zou moeten nemen:
1. Betere ventilatie
2. Plaatselijke afzuiging
3. Voorlichting of training
4. Beschermende kleding
Arbeidsongevallen
Afgelopen jaar gaf 2,6% van de werknemers aan dat jaar betrokken te zijn geweest bij een arbeidsongeval dat voor lichamelijk letsel of geestelijke schade heeft gezorgd. Dat percentage is vrijwel gelijk aan dat in het vorige NEA-rapport, maar nog altijd minder dan de 3% in de vijf rapporten van de jaren ervoor. De meeste ongevallen komen door struikelen of uitglijden. Ook snijden, botsen en aanrijdingen kwamen relatief vaak voor.
De meest genoemde beroepsziekten zijn overspannenheid, klachten aan arm, nek en schouder (KANS, voorheen RSI) en pijn in de onderrug.
Ongewenst gedrag en psychosociale arbeidsbelasting
Door de nieuwe vragen over ongewenst gedrag op de werkvloer kunnen we een 'top 3' maken van de vormen waar medewerkers het meest mee te maken krijgen:
1. Intimidatie of bedreiging (11%)
2. Pesten (5%)
3. Ongewenste seksuele aandacht (4%)
Op het gebied van psychosociale arbeidsbelasting en psychologische veiligheid zijn nieuwe vragen gesteld over de mate waarin mensen zich veilig voelen om zich uit te spreken. 79% van de werknemers is van mening dat het op het werk makkelijk is om hulp te vragen. 69% vindt dat lastige kwesties naar voren kunnen worden gebracht. Een keer een fout maken op het werk? 60% voelt dat daar ruimte voor is.
Goed nieuws: de emotionele belasting en de hoeveelheid stressvol werk zijn afgenomen afgelopen jaar.
Hybride werken
Tot slot een gedeelte van de enquête dat vooral van toepassing is op kantoorpersoneel. Uit de NEA blijkt dat het thuiswerken iets is afgenomen sinds de coronapandemie. Toch werkte afgelopen jaar nog steeds bijna de helft van de werknemers soms of meestal thuis. Wellicht ook op verzoek van de werkgever. Op de nieuwe vraag ‘kunt u zelf bepalen waar u werkt?’ antwoordde 27% van de werknemers 'ja'. Ook gaf 29% van de medewerkers aan dat zij vaak zelf kunnen bepalen op welke tijdstippen ze werken. Werkgevers lijken dus goed op weg met het organiseren van flexibele arbeidsomstandigheden!