Dat informatiebeveiliging voor organisaties van cruciaal belang is, zal niemand ontkennen. Negeren van dit belang kan leiden tot ernstige reputatieschade. In feite is het met informatiebeveiliging net als met ICT. ICT was altijd en is ook nu nog een strategisch bedrijfsmiddel, maar bestuurders hebben zich nooit willen verdiepen in de technisch facetten van de ICT. Net zo willen bestuurders zich ook niet verdiepen in de finesses van informatiebeveiliging.
Dat informatiebeveiliging voor organisaties van cruciaal belang is, zal niemand ontkennen. Negeren van dit belang kan leiden tot ernstige reputatieschade. In feite is het met informatiebeveiliging net als met ICT. ICT was altijd en is ook nu nog een strategisch bedrijfsmiddel, maar bestuurders hebben zich nooit willen verdiepen in de technisch facetten van de ICT. Net zo willen bestuurders zich ook niet verdiepen in de finesses van informatiebeveiliging.
Vanuit het management gezien gaat het bij informatiebeveiliging maar om een drietal zaken:
Er is geen manager in Nederland, die zich er niet van bewust is dat er risico’s bestaan. Dat er awareness gekweekt moet worden bij het management, is dus helemaal niet aan de orde. Maar vaak maken informatiebeveiligers niet op managementniveau inzichtelijk wat de risico’s zijn en wat er aan te doen valt. Informatiebeveiligingsplannen schitteren vaak door de tientallen of zelfs honderden maatregelen die erin genoemd worden. Iedere manager weet echter dat al die maatregelen onmogelijk allemaal werkend gemaakt kunnen worden en ook dat ze in ieder geval een aantal neveneffecten hebben:
Het is daarom geen wonder dat informatiebeveiliging niet de managementaandacht krijgt, die het verdient, ondanks het feit dat zowel managers als beveiligers dat wel graag willen. Kortom, er is gewoon sprake van een communicatiestoornis.
Wat eerder in de ICT gebeurde, gebeurt nu als het gaat om informatiebeveiliging: het management krijgt er de schuld van dat informatiebeveiliging niet voldoende aandacht krijgt. Het management zou zich niet willen verdiepen in dit strategische issue. Natuurlijk is dat onzin. Het management wil gewoon kunnen vertrouwen op zijn adviseurs. Maar het wil, en moet zelfs, wel zelf de verantwoordelijkheid nemen voor zijn beslissingen en uiteraard prioriteiten stellen. Het management bestuurt immers de organisatie. En dat gaat over meer dan alleen informatiebeveiliging. Daarom zal de rapportage aan het management moeten verbeteren en daaraan gekoppeld zullen er voorstellen moeten komen, die passen in het bedrijfsbeleid.
Allereerst zullen daarom vanuit het management de beleidsuitgangspunten vastgelegd moeten worden. (Zie ‘ISO 27001 of 27002 ‘lean en mean’ implementeren als security management systeem’.) Deze hebben niet alleen betrekking op wat er moet gebeuren, maar ook op wat er niet moet gebeuren en mogelijk op een prioriteitsstelling. De beleidsuitgangspunten vormen één van de drie pijlers onder het security management systeem.
De tweede pijler wordt uiteraard gevormd door het risicoprofiel van de organisatie en de derde bestaat uit de best practices die in ISO 27002 zijn beschreven.
Op basis van deze drie pijlers wordt in overleg met het betrokken management het basisbeveiligingsniveau (BBN) gedefinieerd, zoals dit moet gelden voor de organisatie. Dit afgesproken beveiligingsniveau wordt aan de directie gerapporteerd, samen met de acties die nodig zijn om dit beveiligingsniveau te bereiken.
Het risicoprofiel wordt weergegeven op basis van twee variabelen. De eerste variabele is de noodzaak om de doelstelling te bereiken, zoals deze is ingeschat (zie ook ‘Voorbeeld vaststellen norm en basisbeveiligingsniveau op grond van ISO 27002 of 17799’) door het management en de materiedeskundigen van de organisatie (de afhankelijkheid). De tweede is de ernst (kwetsbaarheid), zoals deze in de huidige situatie is ingeschat door een interne of externe deskundige. Vaak hanteert men hiervoor een formule als kans op voorkomen maal schade. De basistabel ziet er dan als volgt uit:
Uiteraard zij er per gebied meerdere risico’s te onderkennen. In dit model is er voor gekozen per risicogebied de grootste dreiging weer te geven. In een bijlage wordt deze meer in detail uitgewerkt.
In onderstaand overzicht is een drietal meetpunten meegenomen:
Deze prognoses worden opgesteld onder de aanname dat de voorgestelde maatregelen uit het actieplan inderdaad getroffen of gepland worden.
Natuurlijk moet dit overzicht zodanig zijn, dat het management op grond daarvan beslissingen kan nemen en het verbeterproces in de tijd kan volgen.
Opmerkingen:
De risicogebieden zijn de risicogebieden die ISO 27002 ook onderkent.
Naleving kan pas later zichtbaar worden na inrichting van de interne controle en de daadwerkelijke controles.
Het item bedrijfscontinuïteitsbeheer kan op een onderliggend niveau als volgt zijn uitgewerkt.
Dit is het niveau dat afgestemd is met de meer operationeel betrokkenen en waarvan de actielijst is afgeleid, waarvoor de budgetaanvraag gekoppeld aan de managementrapportage uit het vorige hoofdstuk is gedaan. Uiteraard krijgen de beslissers ook deze analyse opgestuurd, zodat ze eventueel de analyse achter de budgetaanvraag kunnen volgen. Meestal echter bekijken ze deze slechts met een korte blik. Voor het management is uiteraard alleen van belang te weten wat de kosten van de actie zijn. Zij kunnen deze dan vervolgens accorderen dan wel het risico accepteren. Voor wat betreft de certificering maakt dit praktisch gezien geen verschil. In control betekent immers, dat risico’s in kaart gebracht zijn en dat hierover adequate besluitvorming heeft plaatsgevonden. Bovendien kan deze rapportagevorm ook voor andere operational risks, zoals bijvoorbeeld ARBO en Milieu gebruikt worden, zodat het management bij al zijn beslissingen ook integraal de risico’s kan beoordelen. Op deze manier wordt voorkomen dat de besluitvorming alleen plaatsvindt op financiële gronden. (Zie ook ‘Afbakening van uw risk managementsysteem en de relatie met andere managementsystemen’.)
De voordelen van deze rapportagevorm zijn:
Door deze werkwijze te volgen, is het awareness probleem meestal geen issue meer. Juist de koppeling tussen acties en door de directie onderkende bedrijfsrisico’s zorgt voor vertrouwen. Alleen als een informatiebeveiliger verder wil gaan dan het afdekken van risico’s, dan zal hij het vertrouwen snel verspelen. Dat zal hij of zij vooral moeten (af)leren. Voor het hele verhaal over informatiebeveiliging verwijzen we je graag naar ‘Pragmatische aanpak informatiebeveiliging’. Dit is een presentatie met een toelichting, die je kunt gebruiken voor jezelf of voor interne presentaties.
Als je niet op zoek gaat naar een specifieke invulling voor je organisatie, is het onontkoombaar dat informatiebeveiliging een molensteen om de nek wordt. Vaak wordt gedacht dat ICT de oorzaak is van alle ellende en tevens de oplossing voor het probleem. Maar dat is onzin. Het gaat om het maken van keuzes over wat je kroonjuwelen, je vitale data zijn. En dat is mensenwerk.
Een goed uitgangspunt is, dat data niet vitaal zijn. Als iemand dat voor bepaalde data wil weerleggen, dan zal hij anderen ervan moeten overtuigen dat die bepaalde data wel vitaal zijn en moeten aangeven welke velden in datarecords dan vitaal zijn. Als het bijvoorbeeld gaat om persoonsgegevens, dan zijn de meeste velden niet vitaal. Alleen als je creditcardgegevens opslaat bij de identificerende gegevens of bij velden die verwijzen naar ziektes, geloof of ras, dan moeten er maatregelen getroffen worden. Het meest eenvoudige is deze gegevens te verwijderen. Als dit niet kan, dan moet je de identificerende gegevens scheiden van de zaakgegevens. De slechtste oplossing is om te proberen alle persoonsgegevens te beveiligen. Dan krijg je een onwerkbare situatie of een oplossing, die zo lek is als een mandje.
Iets dergelijks geldt ook voor procesautomatisering. Als het gaat om de input voor het productieproces, dan hebben we het over vitale data. Machines, productielijnen of bewakingssystemen moeten doen wat we ervan verwachten en als buitenstaanders het productieproces of het bewakingssystemen kunnen manipuleren, dan heb je een probleem. Data betreffende output en administratieve processen zijn doorgaans niet vitaal.
Ongetwijfeld kun je nog andere data verzinnen, die specifiek voor je organisatie van vitaal belang zijn. Wellicht kan ‘Checklist risico analyse informatiebeveiliging ISO 27001 en NEN 7510’ je hierbij helpen.
Voor de meeste organisaties is het zinvol om de risico’s voor informatiebeveiliging tegen het licht te houden. De beveiliging is doorgaans verzonnen door ICT’ers en vaak heeft niemand een goed beeld of maatregelen werken en zo ja, of de maatregelen wel nodig zijn en of er misschien ook witte vlekken in de beveiliging zitten. Slechts de vitale data behoeven een adequate bescherming. Voor de rest gaat het om basismaatregelen. Maar die moet je dan wel treffen om bestuurdersaansprakelijkheid af te dekken. En besef hierbij dat mensen en vooral je loyale medewerkers ook in deze tijd van cyberrisico’s nog steeds de zwakste schakel zijn.